Categorie archief: Column

Waarom zitten verpleegkundigen zo veel achter de computer?

Verpleegkundige-zijn lijkt vandaag de dag wel op een kantoorbaan. Een verpleegkundige besteedt tegenwoordig bijna net zoveel tijd aan noteren,scoren,vastleggen,lijsten invullen, aftekenen en rapporteren dan aan directe patiëntenzorg. Het motto is: Als iets niet is vastgelegd in het EPD, is het niet gebeurd!
image
De tijd die wij als verpleegkundigen elke dienst achter de computer zitten wordt ook door collega’s als belachelijk veel ervaren. Ik ken geen collega die er niet over klaagt.
Natuurlijk is het goed om alles rondom de patiënten vast te leggen. Ik kan heus wel redenen bedenken waarom dat belangrijk is. Voor het verpleegkundig proces, voor de continuïteit, voor documentatie, om juridische redenen enz…Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik het vak er niet leuker op vind worden. ‘Vroeger’ draaide je bijvoorbeeld een avonddienst en nadat je bijna 8 uur lang directe patiëntenzorg had gedaan besteedde je het laatste half uurtje van je dienst aan ‘rapportschrijven’. Alles wat van belang was schreef je op. Klaar.
Nu moet er zóveel worden vastgelegd dat je dat ONMOGELIJK pas aan het einde van je dienst kan doen. Het klinkt misschien wat overdreven maar tegenwoordig moet je bijna vóór en na elke handeling achter de pc kruipen om alles vast te leggen. (Om het maar niet te hebben over de irritatie van de plicht om steeds het scherm te blokkeren met je wachtwoord om het EPD af te schermen en de tijd die het kost om de boel weer op te starten).
Ik vind het een kwalijke zaak dat je als verpleegkundige vaak in het laatste uur van je dienst nog best wat dingen ‘Aan het bed’ zou kunnen doen maar dat die dingen blijven liggen omdat er óók nog gerapporteerd moet worden voordat de volgende dienst komt. En niemand wil te laat naar huis.
Het kan aan mij en mijn collega’s liggen hoor maar we zíen het bezoek van patiënten vaak denken: “ Guttegut, daar zitten ze weer hoor. Hebben ze niks beters te doen?”.

Net als een Amerikaanse collega; Kati van www.nurseeyeroll.com, voelde ik de behoefte om eens een lijst te maken van de dingen die wij als verpleegkundigen moeten vastleggen van een patiënt, tijdens een dienst. En let op, wij zijn verplicht om alles van de lijst vast te leggen. Dus denk niet dat als alles normaal is dat je dan niets hoeft te noteren. Want, hoe was het motto ook al weer? Oja: Als het niet is vastgelegd, is het ook niet gebeurd! Met andere woorden: je moet kunnen tonen en bewijzen dat NIETS je is ontgaan tijdens je dienst. Dus als er over een bepaald onderwerp geen bijzonderheden te melden zijn, moet je dat ook noteren.
image
Als een patiënt wordt opgenomen moet het volgende worden vastgelegd:
1. Contactpersoon; telefoonnummer, e-mailadres. Wat is de relatie tot de patiënt?
2. Is de patiënt in de afgelopen 2 maanden langer dan 24 uur opgenomen geweest in een buitenlands ziekenhuis? Zo nee, is de patiënt in de afgelopen 2 maanden korter dan 24 uur verpleegd of behandeld in een buitenlands ziekenhuis? Zo nee, heeft de patiënt contact gehad met een MRSA positieve patiënt? Werkt of woont de patiënt op een varkens-, vlees kalver-, of vleespluimveehouderij? Of komt de patiënt beroepsmatig in contact met levende varkens, vleeskalveren en/of vleespluimvee?
(je hebt geluk als alles met nee beantwoordt kan worden want als er een Ja bij zit volgen er nog meer acties die vastgelegd moeten worden)
3. Heeft de patiënt pijn? Wanneer is de pijn begonnen? Wat doet de patiënt tegen de pijn? Gebruikt de patiënt pijnmedicatie? Welke?
4. Is de patiënt in de afgelopen 6 maanden een of meer keer gevallen? Zo ja, dan verschijnt er een scherm waarin het zgn ‘valrisico’ moet worden vastgelegd.
5. Is de patiënt bang om te vallen?
6. Loopt de patiënt moeilijk of gebruikt de patiënt een loophulpmiddel?
7. Heeft de patiënt problemen met zien?
8. Draagt de patiënt een bril of lenzen?
9. Heeft de patiënt een gehoortoestel?
10. Is de patiënt onrustig, verward of heeft onvoldoende inzicht in eigen beperkingen?
11. Wat is de lengte van de patiënt?
12. Wat is het gewicht?
13. Wat was het gewicht 3-6 maanden geleden?
14. Was dit een bedoelde gewichtsverandering? (Indien het systeem het nodig acht volgt er een MUST scorelijst die ingevuld moet worden en er dient te worden vastgelegd in actieplan wanneer volgende evaluatiemoment is)
15. Heeft de patiënt geheugenproblemen?
16. Heeft de patiënt in de afgelopen 24 uur hulp nodig gehad bij zelfzorg?
17. Zijn er bij een eerdere opname of ziekte perioden geweest dat u in de war was? (Zoja, verschijnt er een DOS scorelijst=een scorelijst om een delier vast te stellen. Ook hier is het weer aan de verpleegkundige om een volgend evaluatiemoment vast te leggen in het actieplan)
18. Heeft de patiënt hulp nodig bij het baden of douchen?
19. Bij het aankleden?
20. Bij het naar toilet gaan?
21. Gebruikt de patiënt incontinentiemateriaal?
22. Heeft de patiënt hulp nodig bij transfer van bed naar stoel?
23. Heeft de patiënt hulp nodig bij het eten?
24. Is er decubitus aanwezig? Zoja, waar? Hoe groot? (In cm vastleggen) Behandelplan uitschrijven en vastleggen, inclusief evaluatiemomenten noteren)
25. Is er risico op decubitus aanwezig tijdens opname?
26. Is de patiënt eerder opgenomen geweest? Waarom? Ervaringen?
27. Heeft de patiënt momenteel andere aandoeningen/ziekte behalve opnamereden?
28. Ervaart patiënt daar op dit moment klachten van?
29. Rookt de patiënt? Zoja, hoelang, hoeveel, wat? Zoniet, wanneer gestopt?
30. Drinkt de patiënt alcohol? Zoja, hoeveel en wat?
31. Gebruikt de patiënt drugs? Zoja, wat, hoevaak en hoeveel?
32. Heeft de patiënt allergieën?
33. Heeft de patiënt moeite met met het innemen van medicatie? Is de patiënt therapietrouw?
34. Heeft de patiënt een gebitsprothese? Boven? Onder?
35. Heeft de patiënt een dieet?
36. Heeft de patiënt moeite met eten en/of drinken?(kauwproblemen, misselijk, braken, slikproblemen,weinig eetlust)
37. Wanneer heeft de patiënt voor het laatst ontlasting gehad?
38. Problemen met ontlasting? (Diarree,incontinentie,obstipatie,pijn)
39. Problemen met urineren? (Incontinentie,urineretentie,pijn,vaak/weinig plassen)
40. Heeft de patiënt hulp nodig bij toiletgang?
41. Heeft de patiënt hulp nodig bij lichamelijke verzorging? Zoja, welke hulp? (Dit dient allemaal genoteerd te worden in verpleegplan)
42. Hoe woont de patiënt? (Alleenwonend, samenwonend, gehuwd, weduwe/weduwnaar, inwonende kinderen, uitwonende kinderen, woonzorgcentrum, verpleeghuis,Focus woning)
43. Zijn er thuis aangepaste voorzieningen?
44. Verwacht de patiënt in de thuissituatie hulp nodig te hebben van anderen?
45. Hoe is het slaappatroon?
46. Problemen met slapen?
47. Gebruikt de patiënt hulpmiddelen om te slapen?
48. Zijn er zintuiglijke problemen? (Horen,zien,proeven,voelen, pijn)
49. Zijn er problemen met spreken?
50. Zijn er cognitieve problemen?
51. Zijn er in het verleden problemen met cognitieve functies geweest?
52. Heeft de patiënt geheugenproblemen?
53. Hoe is de concentratie?
54. Hoe is het geheugen?
55. Hoe is de oriëntatie?
56. Over welk probleem maakt de patiënt zich momenteel de meeste zorgen?
57. Hoe gaat de patiënt om met stress?
58. Hoe is de stemming? (Opgewekt, somber, gelijkmatig, wisselend, angst, paniek)
59. Burgerlijke staat?
60. Aantal kinderen?
61. Hoe is de onderlinge verstandshouding?
62. Wat is/was het beroep?
63. Heeft de patiënt na het 14de levensjaar een opleiding genoten? (Waarom vraagt u dat zuster?…. Geen idee!)
64. Waarden en levensovertuiging.
65. Heeft de patiënt wensen mbt levensovertuiging?
66. Heeft de patiënt behoefte aan geestelijke verzorging tijdens opname?
67. Heeft de patiënt een donorcodicil, euthanasieverklaring of wilsbeschikking?

Bovenstaande dient in ieder geval in de eerste 24 uur na opname te worden vastgelegd dus als de vorige dienst er geen tijd voor had wordt dit doorgeschoven naar een volgende dienst.(Lees:jouw dienst).
In het opnameproces (eerste uren nadat patiënt op de afdeling is) krijg je als verpleegkundige vaak ook nog een briefje onder je neus geschoven van de secretaresse met de vraag of je nog wat gegevens kan navragen bij de patiënt of diens familie. Bijvoorbeeld verzekering, naam huisarts of apotheek. Ook dienen wij aan de patiënt toestemming te vragen van de apotheek om gegevens op te vragen bij huis-apotheek. Daarbij moeten wij ook een copie maken van ID/paspoort van patiënt.

Nu kan het échte vastleggen pas beginnen….

1. Vitale functies (hartslag, bloeddruk, ademhalingsfrequentie, saturatie, temperatuur). Elk uur en indien stabiel om de 2 of 4 uur.
2. Urineproductie elk uur en indien stabiel om de 6 uur (kleur, hoeveelheid, samenstelling)
3. De pijnscore (VAS scorelijst invullen) ieder uur en indien stabiel wat minder vaak.
4. Ik moet vastleggen wat ik met de pijnscore heb gedaan. (Medicatie gegeven?)
5. Indien er medicatie gegeven wordt moet dit worden afgetekend en vooraf gecontroleerd door een collega (die dit ook moet vastleggen)
6. Ik moet vastleggen wat de pijnscore een uur na het geven van de pijnmedicatie is.
7. Een Glascow coma score; ieder uur en indien stabiel minder vaak. (Hoe reageert de patiënt?, voert de patiënt opdrachten uit? Praat de patiënt?)
8. De vorm, de grootte en de reactie van de pupillen.
9. Bij elke verandering in score dient de arts te worden geïnformeerd en dat moet worden vastgelegd.
10. Een compleet respiratoir verslag. Hoeveel zuurstof wordt gegeven? Hoe wordt zuurstof gegeven? (Masker, slang, bril) Wordt er uitgezogen? Hoevaak? Hoe ziet het sputum eruit? Verneveld? Hoevaak? Met wat? Resultaat?
11. Tracheacanule. Welke maat binnencanule? Is de canule gecuffed of ongecuffed? Hoelang ontcuffen? Wat is de cuff-druk. Hoevaak cuffdrukmeting? Is canule gespoeld? Wordt patiënt gedruppeld? Slikt de patiënt?
12. Bij elke wond, schaaf of oneffenheid dient de plaats, de grootte en de verzorging te worden genoteerd.
13. Ontlasting. Hoeveelheid, kleur, substantie.
14. Infuus. Hoeveel ml per 24 uur? Welke vloeistof? Op welke plaats zit het infuus? Hoe ziet de insteekopening eruit? Wanneer moeten de infuuslijnen en pleisters verschoond worden?
15. Externe ventrikel drain. Op hoeveel cm boven Monro staat de drain afgesteld. Hoeveel ml per uur liquor loopt de drain af? Hoe ziet de liquor eruit? Kleur? Staat de drain open of dicht? Is de insteekopening droog of vochtig? Is de patiënt nekstijf? Wordt de druk gemeten? Wat is de druk?
16. Vochtbalans. Wat is de vochtintake? Wat gaat eruit? Wat is de balans? Wordt de balans aangevuld? Met hoeveel? In hoeveel tijd?
17. Sondevoeding. Hoeveelheid per keer? Welke soort sondevoeding? Heeft de patiënt maagretentie? Hoeveel? Welke sonde is geplaatst? Wanneer moet sonde vervangen?
18. Elke keer als ik medicijnen geef moet een collega de medicijnen in het EPD uitzetten (ter controle) en ik teken per medicijn af.
19. Neurologische uitval. Heeft de patiënt uitval? Links of rechts? Paralyse, parese, krachtsvermindering, coordinatiestoornissen, gevoelsstoornissen, spasmen, neglect, hemianopsie?
20. Afasie? Motorische, sensorische, gemengde? Woordvindstoornissen, dysfasie, dysarthrie?
21. Slikt de patiënt veilig dunne dranken? Hoest de patiënt na eten of drinken? Sliktest invullen.
22. Heeft de patiënt kostbare spullen ingeleverd? (Sieraden,portomonee) Wat? Waar bewaard? Familie op de hoogte?
23.mDOS- scorelijst invullen (delier)
24. DEPRESS- scorelijst invullen (vroegtijdige herkenning van depressie)
25. Barthel-index invullen
26. Glucose dagcurve bijhouden. Om de 2 uur bloedsuiker controle. Uitkomst noteren en noteren wat de actie is. Vervolgens noteren wat het resultaat van die actie was. Ook als er geen actie nodig was, noteren!
27. Mobiliseren. Hoevaak mag patiënt uit bed? Op welke manier? (Tillift, hoge transfer, zelfstandig). Hoe gaat het mobiliseren?
28. Er moet van elke patiënt een samenvatting van ALLES bijgehouden worden dus elke verandering in het grote geheel moet worden genoteerd.
29. Noteren als er een arts langs komt en beschrijven wat er besproken is.
30. De VOD (voorlopige ontslagdatum)moet bekend zijn en genoteerd.

De bovenstaande lijst is bij lange na nog niet compleet maar geeft denk ik een goed antwoord op de vraag waarom verpleegkundigen zo veel achter de computer zitten.
Je moet dus eigenlijk alles wat je doet noteren. En let wel, bovenstaande moeten we noteren ALS NIKS VERANDERD. Als de patiënt ‘Niet zo lekker gaat’ moeten we bovenstaande noteren én nog veel meer! Alles wat er gebeurt, wat we eraan deden, wie we op de hoogte stelden, wanneer we dat deden, wat de reactie van de arts was, wat de opdracht was en hoe de patiënt daarop reageerde.

Als je dit allemaal leest en tot je door laat dringen vraag je je af of de zuster-van-tegenwoordig nog wel tijd heeft om een kussen op te schudden.
image

Koetjes en kalfjes

koeienborrel

Koetjes en kalfjes
„Hé hallo hoe gaat het nu met je?” riep een kennis mij een keer toe middenin mijn scheidingsperiode toen we allebei bij de kassa van de supermarkt stonden. Ik bij kassa 1 en zij bij kassa 3 welteverstaan. „Goed hoor” loog ik “En met jou dan?” vroeg ik als afleidingsmanoeuvre. Het antwoord zal ook wel positief zijn geweest want zo gaat dat bij zulke supermarktconversaties.
Wat nou als ik door de supermarkt had geroepen dat het kut ging met me; dat ik ’s nachts huilend wakker werd en dat ik me verschrikkelijk eenzaam voelde? Wat dan?
Ik ben ervan overtuigd dat bij meer dan de helft van de keren dat mensen elkaar vragen hoe het gaat, ze eigenlijk alleen rekening houden met een positief antwoord. Of in ieder geval een neutraal antwoord. Het zijn van die nietszeggende gesprekjes waar ik helemaal niks mee kan. Ik word er zelfs zenuwachtig van. Ik ben geen koetjes-kalfjes-persoon. Regelmatig kom ik op straat, of ergens anders, iemand tegen waarbij het niet duidelijk is of er alleen maar gegroet gaat worden of dat er ook stilstaand een gesprekje gevoerd dient te worden. Vaak besef ik me pas later, als ik na een allerhartelijkst “Haaaai” doorgelopen ben, dat het misschien best aardig van me zou zijn geweest om diegene even te vragen hoe het nu met haar zoon gaat op de nieuwe school. Het is geen desinteresse van mij maar ik ben er gewoon niet zo goed in. Ik ben geen chit-chatter. Nooit geweest. Misschien kan ik me ook gewoon niet voorstellen dat er ook maar íemand zit te wachten op mijn koeien en kalveren. Zo schepte ik vroeger ook nooit op over mijn kinderen. Ik deelde de eerste tandjes, stapjes en woordjes niet op verjaardagen of tijdens de koffiepauze op mijn werk. Ik was (ben!) echt wel een hele trotse moeder maar draag dat niet te pas en te onpas uit. Oók niet als mensen me vragen hoe het met de meiden gaat. Misschien uit angst „niet interessant genoeg” te zijn?
Het stomme is dat ik echt heus wel een prater ben. Ik hou van mooie gesprekken. Van gesprekken waarin ruimte is om elkaars mening te horen en om dingen van verschillende kanten te benaderen. En daar dan weer over te bomen. Héérlijk! Geen lastig onderwerp ga ik uit de weg. In dit soort gesprekken ben ik ook heel open; neem geen blad voor de mond en ben oprecht geïnteresseerd in de ander.Eigenlijk gaat alles dan vanzelf.

In tegenstelling tot de ‘hallo-hoe-gaat-het-met-jou-met-mij-gaat-het-goed-gesprekjes’ dus.
Soms ben ik wel eens jaloers op die gezellige babbelkousen die altijd wel een leuk en gezellig verhaaltje hebben. En die dat kunnen brengen met een soort van natuurlijke naïviteit die ik best sexy en charmant vind. Niet te verwarren met van die vrouwen die vooral kletsen-om-het-kletsen zonder bij de ander te checken of het onderwerp wel aanslaat. Ik verbaas me dan ook écht dat deze vrouwen ellenlang kunnen uitweiden over de zus van een collega en daar de kinderen van zonder te beseffen dat haar publiek allang is afgehaakt.

Nu ik er zo over denk is dat laatste misschien wel mijn punt. Misschien is de angst om niet echt interessant gevonden te worden wel de reden dat ik niet graag over míjn koetjes en kalfjes praat.
Hier zit ook een tegenstrijdigheid want zó belangrijk vind ik het niet om interessant gevonden te worden. Misschien is interessant niet het goede woord. Onderhoudend of Boeiend dekt beter de lading.

Maar vertel eens, hoe gaat het met jou?

Jaarfeesten?….laat maar

jaar

Eigenlijk ben ik al die anti-zwarte-Pieten-mensen dankbaar. Dankbaar dat ze eeuwenoude Nederlansche tradities ter discussie stellen en het ook nog voor elkaar krijgen dat ze uiteindelijk verdwijnen. Of in ieder geval ervoor zorgen dat we voortaan Sinterklaas vieren met een bijsmaak. Dat zal ons leren! Een beetje onbezorgd gaan zitten vieren!

Het zet me aan het denken. Ik ben een mensenmens en een zeer vredelievend persoon. Iedereen tevreden stellen is my middle name.
We leven met, inmiddels, 17 miljoen mensen hier in Nederland en om het een beetje gezellig te houden moeten we rekening met elkaar houden.

Daarom ben ik dan ook vóór het afschaffen van Kerst. Ten eerste moeten we alle dierenactivisten serieus nemen. Het kan anno 2014 echt niet meer dat je met droge ogen het verhaal vertelt over een ezeltje dat meer dan 100 kilometer achter elkaar liep, door de hete woestijn. Zielig!
En wat dachten jullie van Maria? Ja, ze was zwanger, dat klopt. Maar kom op hé, een klein stukje lopen gaat toch wel? Niet erg geémancipeerd hé Maria?
Als we Kerst afschaffen hoeven we ook geen aanslag meer te plegen op de natuur door het elk jaar kappen van dennenboompjes. Ik denk dat we daar de milleu-activisten heel blij mee maken.
Oud en Nieuw, ook zoiets. Wat vieren we eigenlijk? Dat het ene jaar afgelopen is en het volgende kan beginnen? Ik vind dat respectloos naar al die mensen die een rotjaar achter de rug hebben of nog gaan krijgen. Trouwens, die oliebollen schaffen we ook maar meteen af, uit medeleven voor al die mensen met een glutenallergie! Om maar te zwijgen over de trauma’s en verwondingen die mensen opliepen met vuurwerk.
We moeten meer rekening houden met elkaar. We zouden toch niet willen dat we een samenleving vormen waarin iedereen maar een beetje viert wat hij wil vieren?
Hemelvaart? Afschaffen uit goodwill voor mensen met hoogtevrees. Goede vrijdag? Weg ermee. Respectloos voor mensen met een depressie die een kutdag hebben. Witte donderdag? En de kleurenblinden dan? Sint Maarten? Wat dacht je van ál die zwervers en diabetici? Het kan niet meer. Oja, Vaderdag en moederdag. Weet je wel hoe die dagen voelen voor weesjes? Afschaffen! En voor al die mensen die het geluk in de liefde nooit zullen vinden vind ik Valentijsdag té pijnlijk.

Trouwens, al die seizoensgebonden feesten kunnen ook op de schop. Het klimaat verschuift langzaam. Alle feesten die „het begin van de Lente” aankondigen slaan straks nergens meer op. In Mei legt er geen vogel meer een ei. Ze kijken wel lekker uit! VEEL te koud. Paaseieren zoeken in een dik pak sneeuw is niet chill. En een konijn die eieren verstopt sloeg toch al nergens op. Elimineren!
Het oogstfeest eind Augustus? Vergeet het maar. Er valt nog niks te oogsten. Eind September is vroeg genoeg. Maarja, dan vieren we normaal gesproken Sint Michael; de tijd dat we eigenlijk kritisch naar onszelf zouden moeten kijken en daar lessen uit zouden moeten halen. Ik stel voor om dit uit respect voor alle egoïsten, narcisten, chagrijnen en negatievelingen van deze wereld, ook maar af te schaffen. Té confronterend!
Misschien moeten we zelfs de hele zomervakantie maar opdoeken om solidair te zijn met alle werkelozen. Zij hebben immers ook nooit vakantie en dat is niet eerlijk. En om deze groep nog meer tegemoet te komen skippen we de dag van de Arbeid ook maar.

Weetje wat? Dan houden we toch lekker alleen Carnaval over?! Maak je alle gemiste feesten en vieringen in een keer goed met comazuipen-met-een-verkleedpak aan en „eens lekker 3 dagen even helemaal jezelf zijn”. Heerlijk!
Alhoewel, dit feest kan ook leiden tot maatschappelijke discussies met al die boerenkielen, nonnenjurken en verpleegsterspakjes.

Laat maar….

Delen

Foto 26-10-14 17 04 23
Zondagmiddag. In huize Barbaramama delen we de rust.

Het is Herfst.
Michaelstijd in volle gang hier.
Draken worden moedig bevochten.
Alles lijkt om te slaan.
Groen wordt Rood, Buiten wordt Binnen, daglicht wordt kaarslicht, uitbundig wordt stil…
Bij ons thuis snakken we naar Rust….

Michael maakt langzaam plaats voor Sint Maarten; met zijn wijze Liefde.
Als je deelt, heeft iedereen genoeg. Delen met hart en ziel; daar gaat het om.
Uiteindelijk is geven leuker dan krijgen. Een oude spirituele wet zegt: Als je geeft, krijg je het in drievoud terug. Het is aangetoond dat mensen die veel geven Gelukkiger zijn.
Door te delen zonder iets terug te verwachten krijg je een gevoel van voldoening. De wet van Geven geldt echt niet alleen voor aardse goederen zoals geld, spullen, eten of drinken maar ook zeker voor ontastbare zaken als emoties, complimenten, Liefde en Vriendelijkheid.
Vooral de laatste spreekt mij heel erg aan. Gewoon een beetje vriendelijk zijn kost echt niets extra’s! Sterker nog: het is de snelste manier om ook iets terug te krijgen. Namelijk een lach, een aardig woordje of gewoon een vriendelijke blik.

Ik ben een gever van nature. Ik geef graag. Ik word blij van Geven.
Maar dat Geven van mij is soms wel een dingetje. Ik blijf geven totdat er weinig over blijft om te geven en totdat ik besef dat Ontvangen soms ook best leuk zou zijn.
Wat dat betreft kan ik nog wel wat leren van Sint Maarten. Hij gaf tenslotte maar de helft van zijn mantel weg aan de arme bedelaar. Het is goed om nog wat over te houden voor jezelf. Je kunt niet meer Delen als je álles weggeeft.

Ik denk dat ik van die laatste zin een tegeltje maak! 😉

Opgeruimd staat netjes!

Puberkamers.
Puberkamers met rotzooi.
Puberkamers met héél veel rotzooi.

Met bureau’s vol blaadjes, boeken, snoeppapiertjes, lege drinkpakjes, (oog)potloodschaafsel, stoffige laptop, stiften zonder dop, vuile onderbroeken (ja écht!).

Met op de vloer allemaal kledingstukken-die-van-jou-of-mij-kunnen-zijn, vuile en schone kleding doorelkaar, weekendtassen half uitgepakt (lang leve de coouderschap en de volksverhuizing elke week!), schoolboeken en meer schoenen dan Imelda Marcus had.

De chaos is natuurlijk niet van 1 weekje hè. In de loop van weken stapelt de zooi zich op tot het moment dat niemand nog in één uurtje orde kan scheppen in de chaos.

Photo 16-05-14 12 30 42

Met lood in mijn schoenen doe ik de kamers van de meiden open; bang voor wat ik aantref.
Van schoonmaken en stofzuigen komt ook niks omdat ik geen zin heb om eerst een halve dag op te ruimen voordat er een stofdoekje of stofzuiger doorheen kán. Ik kom niet verder dan een dekbed rechttrekken en een raam, als ik die al kan bereiken, opengooien. En áls ik al een keer, met tegenzin, begin met opruimen krijg ik van mijn echtgenoot op mijn donder. „Je bent niet goed wijs! Laten ze het zelf maar doen, ze zijn oud en wijs genoeg!”.

„Ruim je kamer nu eens op!” „Eerst je kamer opruimen en dan pas (vul maar iets leuks in)”, „Je gaat hier niet eerder de deur uit vrijdag (Coouderschap) voordat je kamer is opgeruimd!”. „Als je je kamer niet opruimt krijg je ook geen zakgeld”, „In een opgeruimde kamer kan je toch veel beter huiswerk maken?” ,„Als je je vriendinnen meeneemt mag je eerst wel eens je kamer opruimen!”, „Een opgeruimde kamer is een opgeruimd hoofd!”, „Vind je het zelf niet veel fijner als je een opgeruimde kamer hebt?”…..en dat keer 2.

Als antwoord of reactie op bovenstaande krijg ik óf opgehaalde schouders, óf een zucht, óf „Jahaa mam”. En dan soms, heel soms, ruimen ze hun kamer op. Tenminste, dat vinden zij dan opgeruimd.

Dit is waarschijnlijk herkenbaar en een stressfactortje in veel gezinnen.
Ik wilde dit niet meer.
Ineens besefte ik dat ik deze situatie, die vooral MIJ veel stress opleverde, moest veranderen. Ik werd er geen leukere moeder van zeg maar.
En niet door de meiden harder aan te pakken want dat betekent alleen maar méér stress in huize Barbaramama. Nee, door MIJN gedachten hierover te onderzoeken.

Maar ik heb DE oplossing gevonden! Sinds een paar weken zijn allebei de puberkamers opgeruimd, schoon, gezellig en fris!

Heel simpel. Waarom lukte het maar niet om mijn 2 pubers hun kamers zo te laten opruimen zodat IK tevreden ben? Antwoord: Omdat dat niet gebeurt. Nu niet, nooit niet.

Jaren geleden ben ik gegrepen door de boeken (en de filosofie) van Byron Katie.
Ik herkende daar zoveel in. Haar manier van „omdenken en je eigen gedachten onderzoeken” heeft me echt in veel situaties geholpen.
Ik zal jullie de inhoud van „The Work” besparen want anders lijk ik wel een discipel van een goeroe, maar het komt er op neer dat mensen vooral (of alleen maar) stress ervaren door de gedachten die zij zelf hebben. En daar naar luisteren en handelen. ( Vooruit, toch een linkje voor nieuwsgierigen)

In mijn kinderkamer-opruim-geval onderzocht ik mijn eigen gedachten hierover.
„Ik vind dat pubers hun eigen kamer moeten opruimen”.
Vervolgens vroeg ik mezelf af: „Is dat waar? Vind ik echt dat het daar om gaat?”

Ik kwam erachter dat ik vooral zélf wilde dat de kamers gewoon netjes en opgeruimd zijn.
Mijn kinderen kan het geen bal schelen.

Conclusie: „Oke, als IK dat dan zo graag wil, en IK word blij en rustig van opgeruimde kamers, dan zal IK dat zelf moeten doen. Simpel he?

e5ab52d3a41ac01dd7df951c62fff48daHVpc3Zyb3V3X25hYWllbi5qcGc=.jpg_500x500

Toen ik dat besloten had ben ik ongeveer een halve dag bezig geweest om allebei de kamers spik&span te maken. Ik ruimde op, ik gooide weg, ik vouwde, ik stapelde, ik stofte, ik zoog en ik zeemde. Oh, wat voelde ik me fijn naderhand! Ik deed het dit keer niet meer met tegenzin omdat ik het losgelaten had dat mijn meiden dit „eigenlijk hadden moeten doen”. De dames waren allebei zeer blij met hun frisse kamers..dat dan weer wel.

En nu besteed ik elke dag ongeveer een kwartiertje of een half uurtje aan beide kamers en houd ik het bij. Geen stress meer….én opgeruimde kamers.

Bovenstaande werkt trouwens ook heel goed bij alle huis-in-huis-ergenisjes zoals de vuile sokken die je echtgenoot ALTIJD op de grond gooit. Je kunt al je energie steken in je ergernis en het bespreken met je echtgenoot waarom hij dat altijd doet. Je kunt zó erg naar je eigen gedachten hierover luisteren dat je gaat denken dat hij „schijt aan je hebt” of je respectloos behandeld. Tot je op het punt komt dat de sokken ervoor zorgen dat er een afstand tussen jullie komt.

Wat is er mooier dan elke dag nog geen 10 seconden te besteden aan het oprapen van de sokken van je liefje? Buk en voel de Liefde voor hem in plaats van de ergenis! Fuck de emancipatie! Leve de Liefde!

Co-ouderschap; een inkijkje…

Photo 23-09-12 15 46 54

2006/2007
“Neeeeee mama, ik wiiiihiiil niet!”
Een meisje van 5 klampt zich aan mij vast en mijn hart breekt als ik haar letterlijk van me af moet scheuren om haar in de auto van haar vader te zetten.
Tranen wellen op in mijn ogen maar ik bijt hard op mijn lip om te voorkomen dat ze straks over mijn wangen biggelen en mijn kinderen zien dat ik moet huilen. In plaats daarvan zwaai ik mijn meisjes uit met de woorden:”Daaaag liefjes. Tot over een week. Een week is zó voorbij. Voordat je het weet ben je weer bij mama. Bij papa is het ook leuk. Fijn weekend!” En dan rijden ze de straat uit……
Als ik terugloop naar de voordeur breek ik echt en het eerste uur kan ik niet stoppen met huilen. Ik voel me leeg, verdrietig…..een flutmoeder.

Photo 23-09-12 12 22 41

Ik houd me vast aan de gedachte dat het heus zal wennen. Co-ouderschap.
Week-op-week-af. Dat was toch wat goed zou zijn voor kinderen? Niet hoeven kiezen tussen papa of mama en bij allebei evenveel tijd doorbrengen. Alles in goed overleg. Als ouders-zijnde vooral niet aan jezelf denken maar aan de kinderen. Om je heen hoor je de vreselijkste verhalen van exen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen en hun ongenoegen, of zelfs haat, via de kinderen uitspelen. Heel veel vaders zien hun kinderen na een scheiding ineens maar 2 daagjes in de 2 weken. En zelfs die 2 spaarzame dagen worden regelmatig ingezet in het machtspelletje dat vaak gespeeld wordt.
Wij vinden het belangrijk dat kinderen opgroeien met evenveel bemoeienissen van papa als van mama. Daar zouden, statistisch gezien, kinderen het minst “beschadigd” uit komen. Geen ge-touwtrek, geen negatieve praat over de andere ouder, laagdrempelig contact met elkaar, samen naar ouderavonden, verjaardagen samen vieren en alle kosten door de helft.

Photo 23-09-12 12 23 10

Photo 23-09-12 12 24 29

487cfb4757f810b41fa9ef87052a8f88

2013
Al ruim 6 jaar leven wij zo ons leven. De kinderen zijn week-op-week-af bij hun vader of bij mij. Al ruim 6 jaar verhuizen ze elke vrijdag van het ene huis naar het andere. Al ruim 6 jaar pak ik om de vrijdag tassen uit of ín. Al ruim 6 jaar zeg ik ze óm de vrijdag gedag en zwaai ik ze uit. Het afscheid ging in die 6 jaar wisselend. Er waren hele perioden dat het zonder gedoe ging maar ook jaren van drama’s. Al ruim 6 jaar breek ik wéér als ze weg zijn. Al ruim 6 jaar voel ik me dan een parttime-en-flutmoeder. Al ruim 6 jaar hoop ik dat het went. Al ruim 6 jaar doet dat het niet…

Photo 18-04-11 18 07 41

In die 6 jaar is er ook een hoop veranderd. Gelukkig in positieve zin. Ik ben opnieuw getrouwd, met mijn jeugdliefje. Mijn Lief is ook gescheiden en heeft een dochter. Hij is één van die vele vaders die zijn kind maar 2 dagen in de 2 weken zag. Ik zeg ZAG omdat zijn prachtige dochter nu 16 is en nog minder bij hem komt. Ik zie al 6 jaar het verdriet en de pijn van een vader die zijn kind mist; die zou willen dat hij co-ouderschap had; die een hard lesje “loslaten” heeft moeten leren; die nu voor zichzelf een balans heeft gevonden. Ondanks zijn eigen gemis, vangt hij mij elke vrijdag als mijn kinderen weer weg zijn, op. Hij probeert de juiste, bemoedigende woorden te zeggen. Het valt niet mee. Het zorgt ook zeker voor spanningen.

Wij leiden een onregelmatig leven. We zijn een onregelmatig gezin. De ene week mét kinderen, soms een weekend met 3 kinderen, de andere week met z’n tweeën-en-de-hond. We werken allebei onregelmatig. Dagdienst. Avonddienst. Nachtdienst. En in het weekend-zonder-kinderen eigenlijk altijd Weekenddienst. Ik heb de prachtige regeling op mijn werk kunnen treffen dat ik mijn diensten werk in de week-zonder-kinderen. Zodra de meisjes bij ons zijn, werk ik niet en kan ik fulltime moederen, huishouderen en aan het hoofd staan van Firma Gezin. Ik ben dan in mijn element. Heb dan energie voor tien en stroomt mijn hart óver van Geluk. Zó zou het altijd moeten zijn! Regelmatig besef ik me dat ik dit bewuste gevoel van Geluk enkel kan ervaren omdat het in de week erna weer volledig anders is. Dat is mijn positieve kijk op de dingen. Niet-gescheiden ouders hebben altijd de zorg voor hun kinderen. Ik hoor vaak collega’s verzuchten:”Oooh wat lijkt me dát lekker zeg!” als ik vertel dat ik na mijn late dienst NIET ‘s morgens om 7 uur op hoef om mijn kinderen naar school te peda-goochelen. Nee, ik ontken niet dat dat ook best lekker is maar een wéék zonder je kinderen is lang, neem dat maar van mij aan! Ohnee, ik zeg het verkeerd: óm de week je kinderen een week moeten missen is lang. Dat is 2 weken per maand, 26 weken per jaar, 6 maanden per kalenderjaar, 3 jaar van de 6 jaar. You got the picture? Als ik het voor het kiezen had stond ik maar wat gráág na mijn avonddienst
‘s morgens vroeg op voor mijn kinderen. Met álle liefde die ik in me heb!

Kinderen opvoeden is een continue bezigheid. En dat is misschien ook wel het moeilijkst aan dit alles. Ik heb vaak het gevoel dat ik alles in de die ene week moet doen. Als ik iets opgebouwd heb kan ik het voor mijn gevoel nooit afmaken. Een issue met één van mijn dochters, een gesprek dat een vervolg nodig heeft (en niet pas 2 weken later!), extra aandacht. Dat soort dingen. Natuurlijk draag ik dingen over aan hun vader maar…..hoe zeg ik dit netjes?….ik ben niet voor niets gescheiden, zeg maar. Hij is vader; een man; en doet de dingen op zijn manier. Hij signaleert dingen in zijn eigen tempo en lost de dingen op zijn eigen manier op.
Ik ben Moeder.

IMG_1164

Ik ben trots op mijn meisjes. Het zijn leuke meiden. Ze doen het allebei prima op school. Ze zijn sociaal en hebben vrienden. Met allebei heb ik een goede band. Het is een hele uitdaging om deze 2 totaal verschillende meisjes uit te laten groeien tot zelfstandige, leuke vrouwen. Nu ze allebei richting pubertijd gaan worden de verschillende karakters duidelijker en duidelijker. Eén dezelfde opvoeding voor allebei gaat niet werken. Ze hebben allebei verschillende begeleiding nodig. Vader én moeder tegelijk zijn valt niet mee. De één is al best zelfstandig en denkt na over de dingen terwijl de andere de neiging heeft te zweven met het gevaar voor 7 sloten.
Ze komen er wel. Mijn meisjes. Ik heb geen illusies. Kinderen van gescheiden ouders zullen later geheid last hebben van de gevolgen van een scheiding. Als ze straks volwassen zijn zal ik heus te horen krijgen wat er allemaal fout was aan mijn opvoeding en keuzes. Een geruststelling is wel dat ik nooit te horen zal krijgen dat ik ze bij hun vader heb weggehouden. De grootste reden van het kiezen voor co-ouderschap was omdat het ‘t beste zou zijn voor de kinderen. Daar hopen we dan maar op…

2012-07-14 14.29.54

Ik merk nu, na ruim 6 jaar, dat ik vooral (en terecht) bezig ben geweest met wat goed zou zijn voor de kinderen en hun band met beide ouders…dat ik mijn eigen gevoel altijd op een tweede of zelfs derde plaats heb gezet. Wat is goed voor MIJ? Dat heb ik me nooit afgevraagd. Ik was van mening dat als ik een verstandige keuze zou maken, mijn gevoel er vanzelf wel achteraan zou gaan. Ruim 6 jaar houd ik mezelf voor dat alles went. Maar ik mag nu van mezelf voorzichtig uitspreken (concluderen deed ik al langer) dat de gevolgen van de scheiding (en dan heb ik het uiteraard vooral over het missen van mijn kinderen) ervoor hebben gezorgd dat ik nooit meer (oeh dit is eng..) 100% gelukkig ben. Dat mijn basisgevoel niet meer vanzelfsprekend “Happy” is. Zelfs aan mijn momenten van Puur Geluk zit een grijs randje.
Ik wil helemaal niet zielig doen of medelijden opwekken want mét mij zijn er nog miljoenen andere gescheiden mensen waarbij het een stuk beroerder gaat dan bij onze “perfecte” regeling die zó in de voorbeeldboekjes kan.
Het hardop uitspreken van dit gevoel, voelt ook ondankbaar. Ondankbaar naar de mensen toe die zorgen dat ik Geluk ervaar. Ondankbaar naar mijn Lief vooral. Ik kan hem eigenlijk niet goed duidelijk maken dat het Geluk wat ik bij hem voel losstaat van het verdriet dat ik voel als ik mijn kinderen mis. Het missen van mijn kinderen is niet alleen als ze er niet zijn. Zelfs in de week dat ze bij ons zijn overvalt me het “misgevoel” (zoals mijn jongste altijd zo mooi zegt) regelmatig. Het is een diepgeworteld verdriet…het besef dat ik hun jeugd niet meer kan overdoen; dat we hen de ervaring van een “normaal gezin” hebben ontnomen; dat ze de dingen maar moeten nemen zoals ze zijn…en dat ze dat ook gewoon doen zonder één onvertogen woord. Ik besef me eigenlijk steeds meer dat ik dagelijks leef met een ondraaglijk schuldgevoel. Schuldgevoel is my first name en Onzeker my last name.
Nu ruim 6 jaar later lijk ik wel toe te zijn gekomen aan mijn eigen gevoel. Ik vond het eng om dichtbij de kern van mijn verdriet te komen. En nóg moeilijker om het uit te spreken. Ik ben namelijk zo’n typje dat rekening houdt met de mensen om mij heen. En het is niet leuk om tegen je Lief hardop te zeggen (of te laten merken) dat je op sommige momenten doodongelukkig bent omdat je weet dat hij dat automatisch weer op zichzelf projecteert.
Zo werkt dat. Ik heb het te lang gedaan. Mezelf weggecijferd.

Maarja, wat dan?
Als ik puur naar mezelf kijk en zou doen wat ik het liefst zou willen dan zou ik vandaag nog het co-ouderschap terugdraaien. Dan zou ik lekker élke dag van mijn kinderen kunnen genieten. Dan zouden Lief en ik de kans krijgen om een écht Gezin te zijn. Dan zou ik niet elke week die klote tassen hoeven in te pakken. Dan zou ik mijn meisjes niet elke week hoeven uit te zwaaien en “Tot vrijdag” te zeggen. Dan zouden we gewoon lekker 6 weken vakantie hebben met elkaar en de héle Kerst samen zijn. Dan konden we élk jaar Oud&Nieuw vieren met elkaar. Dan was het logisch dat ze bij mij waren op hun verjaardag of met Moederdag. Dan was ík erbij als ze voor het eerst ongesteld werden of andere intieme dingen willen delen. Dan stond ik met een slaperige kop op het schoolplein na een Nachtdienst of moest ik me haasten na een dagdienst. Dan kuste ik ze élke avond “Goedenacht” en wekte ik ze élke morgen weer. Dan zouden ze maar één thuis hebben. Dan zou ik ze nooit meer willen missen. En zij mij niet. Dan zou ik me evenwichtiger en gelukkiger voelen.
Dát zou ík willen!

90f115117d1415911f9056f981ab9457

Maar wat ík wil is niet terug te draaien zonder dat er andere mensen zeer ongelukkig worden. Inclusief mijn kinderen. En daar was het allemaal om te doen toch? Dat de kinderen gelukkig zouden zijn. Daarom komt élk verdrietje, gemisje of ruzietje van de meisjes (gerelateerd aan de scheiding) éxtra hard aan bij mij. Want ik ben bereid om mezelf nog een aantal jaar (totdat ze op eigen benen staan) weg te cijferen voor hun geluk….maar dan moet ik wél zeker weten dat dit echt het beste is! Niemand kan mij die garantie geven. De tijd zal het moeten leren.
En ondertussen uit ik mezelf. Schrijf van me af en praat ik over mijn gevoel. En doe ik mijn best om de allerleukste en liefste moeder en vrouw te zijn die ze hier thuis kunnen wensen. Misschien ga ik er zelf ook een keer in geloven…..

Ontmoedigingsbeleid

Roken is slecht. Dat weet iedereen. Roken lijkt tegenwoordig zelfs not done.
Op veel plaatsen mág er niet eens meer gerookt worden. En als niet-roker ben ik daar uiteraard erg blij mee.
Maar nérgens vind ik roken zo storend als in-en-om een ziekenhuis.
Al 20 jaar ben ik verpleegkundige en heb qua roken heel wat veranderingen gezien. In mijn begintijd was het nog heel “normaal” dat er in de koffiekamer door de verpleging werd gerookt. De kamer stond blauw van de rook en na de koffiepauze werd er een walm van rook verspreid over de afdeling. Later werd dat gelukkig afgeschaft maar was het heel normaal dat er op bijna elke afdeling een Rookruimte was. Als ik mijn controles ging doen moest ik mijn patiënten regelmatig opzoeken in de rookruimte en controleerde ik de bloeddruk aan de ene arm terwijl de patiënt een sigaret in de andere hand had.
Ik heb jarenlang gewerkt op een afdeling waar patiënten met een rughernia werden geopereerd. Het was altijd heel frappant om te zien dat rokers een stuk sneller weer op de been waren dan niet-rokers. Niet-rokers luisterde naar de verpleging en de fysiotherapeut en mobiliseerden elke dag een klein stukje verder. Rokers daarentegen luisterden vooral naar Dokter Nicotine. En Dokter Nicotine adviseerde hen om eigenlijk direct ná de operatie zelfstandig naar de rookruimte te strompelen en een sigaret op te steken. Regelmatig moesten ik en mijn collega’s de patiënt van de vloer rapen omdat de hele wandeling naar de rookruimte en het genotstokje tóch teveel bleken.
Iets wat mij ook altijd verwonderde was dat veel longpatiënten, mét zuurstoftank en zuurstofslang in hun neus, aan het roken waren. Stikbenauwd, en maar doorroken. En wat dacht je van het ontploffingsgevaar!

Vandaag de dag heerst er, in ieder geval in “mijn” ziekenhuis een rook-ontmoedigingsbeleid. Voordat je het ziekenhuis binnenkomt hangen er bordjes met de tekst:”Dit is een rookvrij ziekenhuis”. Binnen is het dan ook nergens meer toegestaan om te roken…behalve in de speciale rookruimte met ingenieus lucht-afvoersysteem. Als ik er langsloop zie ik patienten zitten, of zelfs liggen want met een bed kan je er ook in, en denkt mijn zorgzame-ik “Lieve mensen, stop er toch mee”. Maar ik heb waarschijnlijk makkelijk praten. Ik weet heus wel dat roken hart(ver)stikke(nd) verslavend is en vooral voor díe mensen een welkome afleiding is in hun ziek-zijn. De sigaret, die in véél gevallen voor de ziekte zorgde, blijkt zich te ontpoppen als vriend; trooster; de schouder om op uit te huilen; de reddende engel; de afleider. En wie laat zijn vriend nu juist in die moeilijk periode vallen?

Voor personeel is het een ander verhaal vind ik. Ik ben echt van mening dat als je ervoor kiest om in een ziekenhuis te werken, in welke functie dan ook, je zeker een voorbeeldfunctie kan hebben. Een schrijnend voorbeeld is van járen geleden (misschien wel 15 jaar geleden) toen een longarts een patiënt kwam mededelen dat er verdacht plekje op de longfoto was gezien en de patiënt te woord stond met een pakje shag zichtbaar uit zijn doktersjas piepend. Echt waar, ik heb het echt meegemaakt!
Vandaag de dag vind ik het vooral storend als ik medewerkers-in-een-wit-uniform in de speciale ABRI’s zie staan, lurkend aan hun sigaret om vervolgens weer naar binnen te gaan om voor zieke mensen te zorgen. Om maar te zwijgen over de lucht van sigaretten die om hen heen hangt.
Zoals ik al zei heerst er een ontmoedigingsbeleid in ons ziekenhuis dat vooral geldt voor personeel. De plekken waar gerookt mag worden, worden steeds minder. En mensen moeten meer moeite doen om tussen hun werk door te kunnen roken.
Ik vraag me alleen wel af hóe ontmoedigend het is als er ABRI’s worden neergezet, compleet met prachtige hardhouten banken. En om de roker tegemoet te komen schaft het ziekenhuis zelfs speciale “Rookparaplu’s” aan om de roker droog van het ziekenhuis naar de rookplek over te laten komen. Het is alleen erg jammer dat veel mensen nog even een sigaret roken op weg naar huis, zo’n plu meenemen en natuurlijk ná het roken niet weer teruglopen naar het ziekenhuis om de plu weer in te leveren.
Hoezo ontmoedigingsbeleid? Je krijgt als roker nog een paraplu kado ook! Tel daarbij op de “kwartiertjes rookpauze” door de dag heen en roken wordt bijna aantrekkelijk op de werkvloer!

Photo 22-05-13 08 12 20

Photo 22-05-13 08 12 36

Ik zeg expres bijna. Want ik ben blij dat mijn eigen leven niet wordt beheerst door sigaretten. Van dichtbij maak ik die strijd elke dag mee. Het altijd op zoek zijn naar een moment om te roken. Het geïrriteerd raken als dat niet kan. Verslavingsgedrag. De stank. De schaamte. Stress. Angst voor ziekte.

“Toevallig” werkt mijn Lief in hetzelfde ziekenhuis als ik. Hij heeft nu de motivatie in zichzelf gevonden om te stoppen. Al bijna 2 maanden rookvrij! Lieverd, ik ben trots op je!

Verkeerd verbonden

“Mama, wat betekent dat: Verkeerd verbonden?”
 “Uuuuuh hoe leg ik dat uit?
Nou kijk, vroeger, heel lang geleden, bestond er nog geen telefoon.”
“Geen telefoon? Hoe moesten de mensen elkaar dán bellen?”
(Het arme kind heeft de intelligentie van haar moeder geërfd)
“Nee lieverd, er WAS geen telefoon. Als mensen elkaar nodig hadden schreven ze elkaar een brief of stapten op hun fiets en gingen ze lángs.
Toen werd de telefoon uitgevonden en hadden maar een paar mensen in een dorp of stad een telefoon thuis. Als Mw Jansen dan met Mw Pieterse wilde bellen dan nam ze de hoorn van de haak….”
“Haak? Wat is nou weer een haak?”
“(zucht) Een telefoon zag er vroeger heel anders uit dan tegenwoordig. Mama zal  wel  even een plaatje Googelen van een ouderwetse telefoon en dan zie je wat een haak is. Kijk zoiets:
Maar goed, Mw Jansen pakte dus de hoorn van de haak en draaide het nummer van een telefooncentrale.”
“Draaien? Waar draaide ze dan aan?”
“(grote zucht) Zoals ik net zei zag een telefoon er vroeger heel anders uit. In plaats van druktoetsen zat er een schijf op met nummertjes en daar draaide je aan. “
“Vet!”
“Ja heel vet. Die mevrouw vroeg dan aan Mw Jansen wie ze wilde spreken. Mw Jansen zei dan: Mw Pieterse graag. De mevrouw van de telefooncentrale zorgde er dan voor dat Mw Jansen en Mw Pieterse MET ELKAAR VERBONDEN werden door stekkertjes met elkaar te verbinden.  Omdat er nog maar weinig mensen een telefoon hadden wist de mevrouw van de telefooncentrale de nummers uit haar hoofd. Later kwamen er steeds meer mensen met een telefoon en ging er wel eens iets mis met het verbinden. De mevrouw van de telefooncentrale maakte dan een foutje en in plaats van Mw Pieterse kreeg Mw jansen een HELE andere mevrouw aan de telefoon. “Met Mw Klaassen” “Met wie?” “Met Mw Klaassen van de dorpsstraat spreekt u” “Oh dan ben ik VERKEERD VERBONDEN door die muts van de telefooncentrale”
“Mam!” (dikke pret)
“Maar jij zei gisteren door de telefoon “Oh sorry, dan heb ik verkeerd gedraaid” maar jij KAN helemaal niet draaien toch?”
“Nee dat klopt. Toen mama opgroeide waren er helemaal geen telefoons met druktoetsen dus mama is gewend om Draaien te zeggen . Weet je wat voor telefoon wij vroeger thuis hadden? Deze:
“hahahaha wat een lollig ding!
Maar nu heb je een Iphone he mam. “
“Ja lieverd, nu heeft mama een Iphone maar mama verlangd soms wel eens naar die lollige telefoons met draaischijf!”
Wat zeg jij als je per ongeluk iemand anders aan de telefoon krijgt dan de bedoeling was?

Mijn hart

Alweer een tijdje geleden schreef ik onderstaand verhaal. Toen durfde ik het niet hier te plaatsen omdat ik het wel erg persoonlijk vond. Afgelopen week stond voor mij in het teken van Vriendschap en de moeite die je daarvoor moet doen; van teleurstelling en pijn in mijn hart omdat er soms vriedschappen zijn die niet lopen zoals je graag zou willen. Ik moest ineens weer denken aan dit verhaal. Ik hoop dat je de tijd wilt nemen om het te lezen (lang)…

Mijn hart

Mijn hart is best groot. De voordeur is dicht, of staat op een kiertje, maar is nooit op slot. Als je aanklopt is de kans best groot dat je wordt binnengelaten. Geen streng deurbeleid voor mijn hart.

Binnen is het warm en gezellig. Ik zal er alles aan doen om je op je gemak te stellen. Maar heel veel moeite hoef ik niet te doen hoor, want mensen voelen zich al snel thuis in mijn hart.
Maar voordat je naar binnen gaat moet je je wel beseffen dat mijn hart geen uitgang heeft. Eenmaal binnen is binnen.
Mijn hart heeft verschillende kamertjes en er is veel ruimte. Veel van die kamertjes zijn gevuld. Elk kamertje heeft een deur naar de binnenruimte. De binnenruimte is niet zo heel groot en momenteel goed gevuld met mijn lievelingen. Soms gaat de voordeur open en kan er nog wel iemand bij in de binnenruimte. Maar ook gaat er af en toe een deurtje van een kamertje open. Soms doe ik dat zelf; soms degene in dat kamertje.Soms gaat de deur helemaal open maar meestal op een kiertje.
Sommige kamertjes zijn gevuld zonder dat de deur ooit opengaat maar de wetenschap dat er iemand achter die deur is, is goed. Er is immers geen uitgang in mijn hart…

Mocht je binnen zijn zou ik het heel fijn vinden als je de dingen zo laat staan zoals ze staan. Nog maar kort geleden is de boel van binnen compleet verbouwd. De voordeur stond wagenwijd open;alles stond op z’n kop! Net toen ik de deur er dan maar helemáál uit wilde halen, hoorde ik iemand kloppen. Het geklop kwam niet van de voordeur maar vanuit een kamertje; helemaal achterin de gang. Ik heb die deur opengezet en jou, liefje, gevraagd om in mijn binnenruimte te komen wonen.Dat wilde je dolgraag! Jij kende de binnenruimte nog van vroeger..
Je hebt mij geholpen om de boel weer mooi te maken van binnen. Daarbij moest er eerst schoongemaakt worden. Ik ben erg slecht in opruimen en schoonmaken. Jij wilde dolgraag een uitgang maken en van de voordeur een draaideur maken zodat ongenodigde gasten weer linea recta naar buiten konden. Het kostte me heel wat overredingskracht om de verbouwing niet té ver door te voeren.De hele verbouwing heeft zo’n 3 jaar geduurd en soms was het mij niet helemaal duidelijk wie de leiding van de bouw had maar nu alles weer een plekje heeft gekregen ben ik heel blij met het resultaat. We hebben het samen gedaan. De binnenruimte is nu heel overzichtelijk geworden. In plaats van een uitgang heb ik nog wat extra kamertjes erbij gemaakt. En de kamerindeling maak ik zelf! Ik ben heel zuinig op de mooie nieuwe binnenruimte; ik ben er trots op; ik zorg er goed voor….en ik koester alle kamertjes, stuk voor stuk. Het is míjn hart!

Hoe voelt jouw hart?